De Google-journalist

Jouw papieren krant gaat het waarschijnlijk niet overleven. Journalisten zijn, uit besparingswoede van de uitgevers, ontslagen of voor zichzelf begonnen. Volgens de New Yorkse mediagoeroe Jeff Jarvis bestaan er straks ook geen journalisten meer, maar is er enkel de journalistieke dienstverlening. Iedereen kan namelijk  journalistiek bedrijven. Een getuige van een gebeurtenis kan haar ervaringen delen met de wereld, een econoom kan dingen uitleggen.

Jarvis doceert aan de City University of New York Graduate School of Journalism en verteld tijdens het World Journalism Education Congress zijn verhaal met Google Glass als sprekend voorbeeld. Er hangt een sfeer van diepe crisis in de sector, maar tegelijkertijd zijn er kansen genoeg voor wie durft af te stappen van oude zekerheden vertelt hij. Kranten maken dateert uit het industriële tijdperk waar elke dag weer een gecompliceerd object in papier moet worden geproduceerd. Er wordt te vaak alleen gefocust op ‘content’, het product dat we maken en verkopen.  Maar journalistiek is een dienst. Het succes hangt af van de mate waarin het publiek geïnformeerd wordt, en weet wat het moet weten. Het publiek is zeker niet de ‘massa’. Sterker nog, de dienstverlening moet gericht zijn op het individu of op kleine groepen. Dat is een belangrijke culturele verandering voor journalisten. We zijn te gewend één product te maken dat dan goed moet zijn.

In zijn boek ‘What Would Google Do’  uit 2009 vraagt Jarvis zich voor allerlei sectoren af hoe Google de zaken er zou aanpakken en wat voor veranderingen dat zou veroorzaken. De media zijn daarbij een speciaal geval: daar heeft de digitale revolutie al tot een omwenteling geleid en voor heel wat traditionele persbedrijven betekent die omwenteling vooral een diepe crisis met tanende oplages en advertentie­-inkomsten. Wanhopige uitgevers stellen vast dat adverteerders euro’s betalen voor print, terwijl ze maar weinig geld over hebben voor digitaal. Ondertussen moeten ze zowel investeren in de digitale veranderingen als de kosten voor print blijven dragen.

Daarom kan Google Glass zo belangrijk worden: ideaal om gepersonaliseerde informatie op te roepen of te krijgen ook wanneer je de handen niet vrij hebt, of om foto’s te maken. Nog meer gegevens voor het individu, maar ook nog meer data die het individu over zichzelf weggeeft. Jarvis past dit principe toe op journalistiek: ‘In print geef je iedereen al decennia hetzelfde product. Maar nu, als je weet dat iemand in Amsterdam woont en werkt in Utrecht, dan kan je de informatie nemen die je al hebt en die beter toespitsen op die persoon. Wanneer die minder interesse heeft voor dingen die in Rotterdam gebeuren, dan kan dat voor die lezer ook minder prominent worden gebracht. Heeft die persoon kinderen, dan geef je meer over kinderen, is hij oud, dan meer over gezondheidszorg. Zo word je relevanter en  je geeft iets waardevols aan mensen, je krijgt allerlei gegevens terug over die individuen, je kan je dienst verbeteren op basis van die data.

Jarvis heeft het niet graag over ‘Big Data’ en spreekt liever over ‘Small Data’, gegevens die toelaten te weten wat een individu of een kleine groep nodig heeft aan informatie. Op die manier krijgen adverteerders ook relevantere gegevens en kan een mediabedrijf daar van meeprofiteren. Lezers hebben waarde, maar we moeten hen kennen, want het zal blijken dat niet elke lezer evenveel waarde heeft. De enige logische conclusie is dan ook dat de media van de toekomst digitaal zijn. Papier kan wel geld blijft opbrengen, maar voor slechts enkelen. Willen de overige uitgevers overleven dan moeten ze het papier loslaten. De transitie zal moeilijk zijn en het bedrijf zal wellicht kleiner worden, maar wel efficiënter en gespecialiseerder. Samenvatting van een artikel uit De Tijd.

google-glass-main

Deel dit:
Share on FacebookGoogle+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn